113046 - * Blaascatheterisme met of zonder spoeling

113046

Gehospitaliseerd
* Blaascatheterisme met of zonder spoeling

Hoofdstuk III. Gewone geneeskundige hulp - Afdeling 1. Technische geneeskundige verstrekkingen - Art. 3. - §1. A. Worden beschouwd als gewone verstrekkingen, aanrekenbaar door elke arts - I. ANDERE VERSTREKKINGEN DAN DE VERSTREKKINGEN INZAKE KLINISCHE BIOLOGIE - URINEWEGEN EN GESLACHTSORGANEN : * Blaascatheterisme met of zonder spoeling

HoofdstukCH03 - Hoofdstuk III. Gewone geneeskundige hulp
ArtikelArt. 3.
Subartikel3§1A - §1. A. Worden beschouwd als gewone verstrekkingen, aanrekenbaar door elke arts
Groep NN02 - Technische geneeskundige verstrekkingen - gewone verstrekkingen
CategorieCodenummer nomenclatuur
Sector
Geldig van1985-04-01
Geldig tot2002-02-28
SleutelletterK (K000) x 6 = -
Waarde: -
Basistarief-
Korte omschr.BLAASSOND/SPOEL
Overeenstemmend113035

Geen tarieven beschikbaar.

Geen cumulatieregels bekend voor dit codenummer.

A01§01 SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 1. Elke verstrekking wordt in deze nomenclatuur aangeduid met een rangnummer vóór de omschrijving van de verstrekking.

A01§02 SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 2. De omschrijving van elke verstrekking wordt gevolgd door een sleutelletter :

de sleutelletter is N voor de adviezen, bezoeken door en raadplegingen bij welke arts of tandheelkundige ook, alsmede voor sommige technische verstrekkingen van doctors in de genees-, heel- en verloskunde,

D voor de beschikbaarheid,

E voor de verplaatsing van de algemeen geneeskundige met verworven rechten of erkend huisarts,

B en F voor de verstrekkingen inzake klinische biologie en de verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde in vitro,

K voor de andere technische verstrekkingen van doctors in de genees-, heel- en verloskunde,

A en C voor het toezicht door welke arts ook op een in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende,

I voor de percutane interventionele verstrekkingen onder medische beeldvormingscontrole,

L voor de technische verstrekkingen van tandheelkundigen,

V voor die van vroedvrouwen,

M voor die van kinesitherapeuten

en W voor die van verpleegsters en verzorgingspersoneel;

de sleutelletter is Z voor de verstrekkingen welke tot de bevoegdheid behoren van opticiens,

S voor die welke tot de bevoegdheid behoren van gehoorprothesisten,

Y voor die welke tot de bevoegdheid behoren van bandagisten,

T voor die welke tot de bevoegdheid behoren van orthopedisten,

U voor die welke tot de bevoegdheid behoren van verstrekkers van implantaten,

R voor die van de logopedisten

en Q voor het bijkomend honorarium van iedere geaccrediteerde arts of van iedere geaccrediteerde apotheker-bioloog of van iedere geaccrediteerde licentiaat in de wetenschappen erkend door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten.

Die sleutelletter komt vóór een coëfficientgetal dat de betrekkelijke waarde van elke verstrekking aangeeft.

A01§03 SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 3. De sleutelletter is een teken waarvan de waarde in euro bij overeenkomst wordt bepaald: deze waarde kan voor elke sleutelletter verschillen.

A01§04 SECONDARY

§ 4. Op elke nota, opgemaakt ter staving van het verrichten van één of andere verstrekking, moet het in § 1 bedoelde rangnummer vermeld worden.

A01§04bIIA SECONDARY

II. CATEGORIEEN VAN VERSTREKKINGEN.

A. VERSTREKKINGEN DIE DE FYSIEKE AANWEZIGHEID VAN DE arts VERGEN :

a) de in artikel 2 vermelde raadplegingen en bezoeken;

b) het in artikel 25 bedoelde geneeskundig toezicht op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden;

c) de therapeutische verstrekkingen, vermeld onder de volgende rubrieken:

artikel 2,

de gewone geneeskundige hulp in de artikelen 3 en 5,

de algemene speciale verstrekkingen in artikel 11 (met uitzondering van de verstrekkingen 350372-350383, 350276-350280, 350291-350302, 350394-350405 en 350416-350420),

de heelkundige verstrekkingen in de artikelen 14 (met uitsluiting van de vernieuwing van de gipstoestellen) en 16,

de röntgendiagnostische verstrekkingen in artikel 17,

de verstrekkingen inzake radiumtherapie en inzake behandeling met radioactieve isotopen (waar het gaat om de toediening ervan) in artikel 18,

de verstrekkingen inzake inwendige geneeskunde in artikel 20,

de verstrekkingen inzake dermato-venereologie in artikel 21 met uitsluiting van de PUVA-behandeling;

d) de in artikel 12 vermelde verstrekkingen alsmede de installatiefase van de in artikel 13 vermelde invasieve reanimatieverstrekkingen met uitsluiting van het toezicht op laatstgenoemde verstrekkingen;

e) de verlossingen, onverminderd die welke wettelijk zijn voorgeschreven voor de vroedvrouwen of die door dezen worden verricht, en de therapeutische verloskundige handelingen die daaruit kunnen voortvloeien, vermeld in artikel 9;

f) de invasieve diagnostische verstrekkingen die worden verricht onder meer met catheters, endoscopen, gelijk welk instrument voor intracavitaire of intravasculaire metingen, trocarts (met uitsluiting van de puncties voor bloedafnamen) alsmede de afnamen van weefsels in de diverse medische specialismen die zijn bedoeld in de artikelen 3, 11, 14, 17, 20, 21 en 24;

g) de in de artikelen 17bis en 17quater opgenomen echografieverstrekkingen en de in artikel 17 vermelde verstrekkingen inzake röntgendiagnose die kinetische studies of het toedienen aan de zieke van contrastmiddelen, tracers of geneesmiddelen omvatten;

h) de in artikel 18, § 2 opgenomen functionele tests en scintigrafieën met toediening van gemerkte produkten, waarvan het verloop kan veranderen door de vaststellingen welke door de arts-verstrekker in de loop van de uitvoering worden gedaan;

i) de functionele proeven met risico's zoals de krachtinspanningsproeven in cardiologie (artikel 20) en de provocatietests (artikelen 11, 14, 20 en 21);

j) de verstrekkingen inzake elektrodiagnose zoals de elektrodiagnose van streken en de elektromyografie door middel van een naaldelektrode bedoeld in de artikelen 14, 20 en 22.

Voor die verschillende types van verstrekkingen moet de arts bij de zieke aanwezig zijn en de verstrekking verrichten ofwel alleen, ofwel in aanwezigheid van gekwalificeerde helpers wier ingrepen hij leidt.

k) de verstrekking 558773 – 558784 (vertebrale manipulaties) opgenomen in artikel 22, II, a), 1°, en de verstrekking 558950 – 558961(intakeonderzoek) opgenomen in artikel 22, II, a), 2°.

A01§04b_II SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

Fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker.

§ 4bis.

II. CATEGORIEEN VAN VERSTREKKINGEN.

B. Verstrekkingen waarvan een technisch gedeelte van de uitvoering kan worden toevertrouwd aan gekwalificeerde helpers onder het uitdrukkelijk voorbehoud dat de arts-verstrekker onmiddellijk kan ingrijpen als dat nodig is, onder de voorwaarden die hierna zijn opgesomd onder 1 en 2.

1.

a) De in artikel 18, § 1, vermelde verstrekkingen inzake radiotherapie;

b) de functionele tests inzake klinische biologie met inspuiten van geneesmiddelen bij de zieke (artikel 24), de farmacokinetische proeven in het algemeen (artikel 20).

c) de meting van de "evoked potentials" (E.P.) en van de "event related potentials" (E.R.P.) bedoeld in de artikelen 14, 20 en 22.

Voor de onder B, 1, a) en b) bedoelde verstrekkingen mag de arts-verstrekker het toezicht op de zieke tijdens de bestralingsduur (a) of tijdens het verloop van de proef na toediening van het geneesmiddel (b) aan gekwalificeerde helpers toevertrouwen voor zover het gaat om taken waarvan de uitvoering is omschreven door de arts-verstrekker en door de helper gekend is, de arts hem gepersonaliseerde instructies voor elke zieke heeft gegeven en onmiddellijk kan ingrijpen ingeval de helper hem roept.

Voor de types van verstrekkingen a), b) en c) moet de arts aanwezig zijn in de dienst waar de verstrekking wordt verricht, moet hij op ieder ogenblik kunnen worden opgeroepen en moet hij terstond kunnen ingrijpen. De arts-verstrekker behoort voor elk geval afzonderlijk te oordelen of hij in de kamer moet blijven waar de zieke zich bevindt dan wel of hij in de naburige lokalen mag vertoeven.

2.

a) De verstrekkingen inzake klinische biologie (artikelen 3 en 24, behalve de functionele tests, bedoeld onder littera B, 1, b) van deze paragraaf), inzake nucleaire geneeskunde in vitro (artikel 18), inzake pathologische anatomie (artikel 32), inzake antropogenetica (artikel 33);

b) de radiografieën voor rechtstreeks onderzoek en zonder contrastmiddel van het hoofd, van de hals, van de thorax en van het abdomen, alsmede van de verschillende streken daarvan en van het osteo-articulair stelsel, en de tomografische onderzoeken die daarop betrekking hebben, bedoeld in artikel 17;

c) de metingen inzake densitometrie bedoeld in de artikelen 17 en 18, de metingen van de totale radioactiviteit van het menselijk lichaam alsmede de functionele tests en de scintigrafieën bedoeld in artikel 18, met uitsluiting van die welke zijn bedoeld onder littera A, h) van deze paragraaf.

d) de in de artikelen 13 en 20 vermelde functionele tests inzake pneumologie en gastronterologie;

e) de in de artikelen 3 en 20 vermelde diagnostische verstrekkingen die de registratie van elektrische signalen van verschillende organen omvatten, zoals met name : elektrocardiogram, Holterregistratie, elektro-encefalogrammen van diverse aard al dan niet met stimulatie, oppervlakteelektromyografie, polygrafie en polysomnografie;

f) de in de artikelen 14 en 20 opgenomen diagnostische verstrekkingen die de registratie omvatten van uitgezonden of waargenomen geluidssignalen;

g) de in de artikelen 21 en 22 vermelde therapeutische verstrekkingen die de emissie van fotonen of elektronen omvatten en de in artikel 22 opgenomen baden, toepassing van waterige suspensies en mobiliserende behandelingen;

g) de PUVA behandelingen en de in artikel 22, II, a), 2°, en b), opgenomen verstrekkingen, met uitzondering van de verstrekkingen 558773 – 558784 en 558950 – 558961;

h) het toezicht op de diverse in artikel 20 vermelde types van transfusies van bloed en de derivaten ervan en het toezicht op de diverse in artikel 20 opgenomen types van extrarenale zuivering;

i) het vernieuwen van de in artikel 14 vermelde gipstoestellen.

De onder B, 2, a) tot i) bedoelde verstrekkingen die zijn verricht met de hulp van gekwalificeerde helpers, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering worden aangerekend voor zover de volgende voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen inzake fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker vervuld zijn.

a) Voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen.

De arts-verstrekker moet :

- zich vergewissen van de kwalificatie van zijn medewerkers, hun feitelijke bekwaamheid, hen de aanvullende opleiding geven die nodig is voor de methodes en de werking van de toestellen die hun worden toevertrouwd;

- schriftelijke instructies opstellen voor alle manipulaties en technieken die hun worden toevertrouwd;

- de manier waarop zijn gekwalificeerde helpers de instructies volgen, geregeld controleren;

- de voorwaarden vastleggen en controleren waaraan de aanvragen om onderzoeken moeten voldoen omdat zijn gekwalificeerde helpers het hun toevertrouwde gedeelte kunnen beginnen uitvoeren;

- ervoor waken of de voorwaarden waaronder de technieken op de patiënten worden toegepast, adequaat zijn, of de voorwaarden betreffende het afnemen en bewaren van de monsters correct zijn;

- kwaliteitscontroles invoeren en de resultaten ervan nagaan;

- ter beschikking staan voor ieder verzoek van zijn gekwalificeerde helpers ingeval laatstgenoemden moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van de handelingen die hun zijn toevertrouwd;

- de kwaliteit van het werk van de gekwalificeerde helpers geregeld analyseren;

- voor alle diagnoseverstrekkingen een protocol opmaken met het resultaat en de elementen die nodig zijn voor de interpretatie ervan, om de behandelend arts behulpzaam te zijn voor de diagnose of de behandeling van de zieke. De verstrekkingen die, ten gevolge van wisselvalligheden in de uitvoering ervan, geen betrouwbare resultaten zouden hebben opgeleverd, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering niet worden aangerekend.

b) Voorwaarden inzake fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker.

De arts-verstrekker moet aanwezig zijn in de dienst of in de andere diensten van de inrichting waar zijn aanwezigheid vereist is in het raam van zijn medische activiteit in die inrichting. Hij moet bovendien op elk ogenblik door zijn gekwalificeerde helpers kunnen worden opgeroepen. Onder "inrichting" wordt verstaan, ziekenhuis voor de ziekenhuisarts, polikliniek voor de arts met een groepspraktijk in de ambulante sector of lokalen die zijn spreekkamer vormen, voor de alleenstaande praktizerende.

Die voorwaarden inzake aanwezigheid en beschikbaarheid impliceren:

1. dat de arts in de inrichting aanwezig is voor de therapeutische handelingen, tijdens de volledige duur van het werk van zijn gekwalificeerde helpers en voor de diagnostische handelingen, tijdens de duur van het werk van de meeste van zijn helpers, dat wil zeggen tijdens de normale werkuren in de inrichting;

2. dat hij buiten de werkuren kan worden opgeroepen, met name 's nachts ingeval in de inrichting een wachtdienst met gekwalificeerde helpers is georganiseerd;

3. dat hij tijdens de weekeinden en op de feestdagen aanwezig is gedurende de perioden van de dag waarin het merendeel van de handelingen wordt verricht;

4. dat de maandelijkse lijst van de artsen-specialisten die kunnen worden opgeroepen en in de weekeinden en op de feestdagen aanwezig zijn, wordt neergelegd bij de hoofdarts van de verpleeginrichting of dat de lijst van de praktizerenden wordt neergelegd bij de arts die belast is met de organisatie van de groepspraktijk; die lijsten moeten gedurende de termijn, bepaald in artikel 1, § 8, worden bewaard en ter beschikking zijn van de controle-organen.

De voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen en de voorwaarden inzake fysieke aanwezigheid van de verstrekker welke betrekking hebben op de verstrekkingen inzake klinische biologie (artikelen 3 en 24) en nucleaire geneeskunde in vitro (artikel 18) bedoeld onder het punt II, B, 2, a), zijn eveneens van toepassing op de verstrekkingen verricht door apothekers biologen en licentiaten in de wetenschappen bedoeld in de artikelen 3, § 3, 19, § 5bis en 24, § 5.

A01§04t SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

Honoraria van de arts-stagemeester en de stagedoend arts.

§ 4ter.

1. In de gespecialiseerde geneeskunde.

a) Tijdens de normale diensturen in de inrichting moet de stagemeester of een medewerker, arts-specialist voor dezelfde specialisme, die door hem is gemandateerd om de controle te verrichten op de verstrekkingen welke aan de stagedoende artsen zijn gedelegeerd, fysiek aanwezig zijn in de dienst.

b) Buiten de hiervoren bedoelde normale uren moet de stagemeester of een door hem gedelegeerde arts-specialist voor dezelfde specialisme, 24 uur op 24 kunnen worden opgeroepen door de stagedoende arts die de wachtdienst intra muros verzekert en moet hij onmiddellijk te zijner beschikking zijn.

c) Tijdens de weekeinden en op de feestdagen moet de stagemeester of een door hem gedelegeerde arts-specialist voor dezelfde specialisme bezoeken met het oog op de controle op de stagedoende artsen afleggen.

d) De maandelijkse lijst van de artsen, specialisten voor dezelfde specialisme, die elke dag kunnen worden opgeroepen en van de artsen die belast zijn met de controlebezoeken tijdens de weekeinden en op de feestdagen, moet worden neergelegd bij de hoofdarts van de verpleeginrichting; ze moet gedurende de termijn, bepaald in artikel 1, § 8, worden bewaard en ter beschikking zijn van de controleorganen.

Tussen het einde van zijn stage en zijn erkenning tarifeert de arts zelf de handelingen die hij heeft verricht, aan 75 % van het honorarium.

2. In de huisartsgeneeskunde.

De stagemeester tarifeert de handelingen die hij verricht heeft samen met de arts in opleiding.

Wanneer de stagemeester niet fysiek aanwezig is, gebruikt de arts in opleiding de getuigschriften van zijn stagemeester, ondertekent ze, plaatst er zijn naam, zijn stempel en de vermelding "in opdracht van" op, gevolgd door de naam van zijn stagemeester, op voorwaarde dat :

a) ofwel de stagemeester op elk moment telefonisch bereikbaar is;

b) ofwel de stagemeester het toezicht op de arts in opleiding aan een andere huisarts heeft gedelegeerd.

Tussen het einde van zijn stage en zijn erkenning tarifeert de arts zelf de handelingen die hij heeft verricht, aan 75% van het honorarium.

Hetzelfde geldt wanneer de stagedoende arts activiteiten verricht buiten die welke hem door zijn stagemeester zijn toevertrouwd.

In de omstandigheden beschreven onder punt b) ondertekent de stagedoende arts getuigschriften voor verstrekte hulp van de stagemeester, waarbij hij tevens zijn eigen naam vermeldt en zijn eigen stempel plaatst, en de vermelding "in opdracht van .... (naam van de stagemeester)

A01§08 SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 8. Onverminderd de bewaringstermijnen die door andere wetgevingen of door de regelen van de medische plichtenleer zijn opgelegd, moeten de verslagen, documenten, tracés en grafieken waarvan sprake is in de omschrijvingen in deze nomenclatuur, alsmede de verslagen, documenten, tracés en grafieken waarvan sprake is in het hierna volgende lid, evenals de protocollen van radiografieën en van laboratoriumonderzoeken, gedurende ten minste vijf jaar worden bewaard. De gegevens moeten onmiddellijk beschikbaar zijn voor de controles die bij de wet vastgelegd zijn.

Voor de verstrekkingen waarvoor in de omschrijving niet duidelijk een verslag, een document, een tracé, een grafiek wordt gevraagd, moet in het dossier worden aangetoond dat de verstrekking is uitgevoerd.

A01§10 Bijkomend honorarium SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 10. Een bijkomend honorarium mag voor sommige verstrekkingen worden toegekend als deze worden verricht door een arts of een apotheker-bioloog of een licentiaat in de wetenschappen erkend door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten die de accreditering heeft verkregen onder de voorwaarden en volgens de procedure die zijn vastgesteld in de nationale akkoorden artsen-ziekenfondsen en de overeenkomsten respectievelijk bedoeld in de artikelen 50 en 42 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

De arts die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde arts genoemd.

De apotheker-bioloog die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde apotheker-bioloog genoemd.

De licentiaat in de wetenschappen die door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid erkend is voor prestaties inzake klinische biologie en die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde licentiaat in de wetenschappen genoemd.

De raadplegingen, uitgevoerd door een geaccrediteerde arts, alsook de psychotherapeutische behandelingen, uitgevoerd door een geaccrediteerde arts-specialist voor psychiatrie, zijn onderworpen aan dezelfde regels als de overeenstemmende verstrekkingen waarin is voorzien voor de niet geaccrediteerde arts.

Het bijkomend honorarium voorzien in deze paragraaf is niet van toepassing voor de bepalingen voorzien in de artikelen 16, § 5 en 26.

A01§11 Tijdsvoorwaarde SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

Tenzij anders vermeld, wordt in deze nomenclatuur voor de verstrekkingen die mogen aangerekend worden door een arts, met de uitdrukking «per jaar» een periode van twaalf maanden bedoeld, van datum tot datum.

A01§12 SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 12. In deze nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen wordt beschouwd als :

1° huisarts : de arts die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald;

2° huisarts in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;

3° huisarts op basis van verworven rechten : de arts die is ingeschreven bij de Orde van artsen en die op 31 december 1994 de algemene geneeskunde uitoefende zonder houder te zijn van een getuigschrift van aanvullende opleiding, afgegeven door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid en van wie de toestand niet is geregeld door één van de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;

4° houder van het artsendiploma : de persoon die overeenkomstig de artikelen 3, § 1, en 25, § 1, van het koninklijk besluit van 10mei 2015 houdende coördinatie van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, de geneeskunde mag uitoefenen, en die niet erkend of in opleiding is als huisarts, noch erkend of in opleiding is als arts-specialist in één van de specialismen vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur, noch voldoet aan de onder 3° vermelde criteria van huisarts op basis van verworven rechten;

5° arts-specialist : de arts die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald en waarvan het specialisme is vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur;

6° arts-specialist in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van artsen-specialisten.

A01§13 Kwalificatieregel SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01

§ 13. De houder van het artsendiploma heeft het recht voorschriften op te stellen, een raadpleging te attesteren evenals de verstrekkingen waarvoor de nomenclatuur bepaalt dat ze mogen aangerekend worden door elke arts of verstrekkingen waarvoor hij door de minister die de volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft gemachtigd is ze te verrichten.

A03§2 PRIMARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 03

§ 2.

Wanneer een arts, die in welke hoedanigheid ook als specialist is erkend, een van de in § 1, A en C van dit artikel bedoelde gewone verstrekkingen verricht, worden die verstrekkingen als zodanig gehonoreerd.

A13§2 Cumulregel SECONDARY

TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 13

§ 2.

1° Behoudens andersluidend bepaald, dekken de honoraria voor de in § 1 van artikel 13 opgenomen verstrekkingen, noch de investerings-, noch de werkingskosten.

2° Voor rechthebbenden vanaf 7 jaar oud mag het honorarium voor de verstrekkingen 211013-211024, 211046, 211120, 211142, 212026, 212041, 213021, 213043, 214023, 214045, 211223, 211245, 211282, 211304, 211341, 211363, 211385, 211400, 211422, 211444, 211466, 211481, 211503, 211540, 211562 niet worden samengevoegd met het honorarium voor toezicht op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden.

De verstrekkingen van artikel 13, § 1, C, mogen worden samengevoegd met de verstrekkingen 596223, 596245, 596260, 596326, 596341, 596363.

De verstrekkingen 211702, 211643 en 211680 mogen worden samengevoegd met de verstrekkingen 596120, 596142, 596164.

3° Er mag geen honorarium worden aangerekend voor andere vormen van ademhalingsondersteuning of beademing dan voor deze die voorzien zijn in de verstrekkingen en de toepassingsregels van artikel 13.

4° De verstrekkingen nrs. 214023 en 214045 mogen niet worden samengevoegd met de verstrekkingen nrs. 212026 en 212041.

De honoraria voor de verstrekkingen nrs. 212026, 212041, 213021, 213043, 214023, 214045 en 214126, 211223, 211245, 211584, 211606, 211621, 211643 mogen niet worden samengevoegd met de honoraria voor de verstrekking nr. 475075 - 475086.

De aanrekening van verstrekking 475075 uitgevoerd buiten de verplegingsinrichting waar hoger genoemde verstrekkingen worden aangerekend vormt een uitzondering op deze regel

7° Het aantal dagen dat is opgegeven in de omschrijving van de verstrekkingen van artikel 13, § 1, waardoor de aanrekening van deze verstrekking tot dit aantal dagen wordt beperkt, is het maximum aantal dagen dat voor een zelfde opnemingstijdvak mag worden aangerekend.

8° Het continu toezicht in vivo, met of zonder registraties van fysiologische of biochemische parameters, mag niet worden aangerekend op basis van de verstrekkingen die zijn opgenomen in de artikelen 3, 14,20, 22 of 24.

10° De optelling van het aantal verstrekkingen 211223 en 211245 dat per kalenderjaar kan worden aangerekend per erkende functie intensieve zorg kan het aantal bedden dat aan deze functie is toegewezen, vermenigvuldigd met 365, niet overschrijden.

I01_001 Regel - divers SECONDARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 01 - REGEL 01

VRAAG :

Een heelkundige verricht bij een verzekerde een louter esthetische ingreep.

In artikel 1, § 7, van de nomenclatuur is bepaald:

"De ingrepen met een louter esthetisch doel worden niet gehonoreerd, behoudens in de gevallen welke zijn aanvaard in de revalidatie- en herscholings-programma's, bedoeld in artikel 19 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, ten einde de rechthebbende de mogelijkheid te bieden een betrekking te krijgen of te behouden."

Wat is de juiste draagwijdte van die bepalingen ?

ANTWOORD

Zodra het gaat om één of meer louter esthetische verstrekkingen, moet de verzekeringsvergoeding worden geweigerd, ongeacht of het gaat om verstrekkingen inzake heelkunde, anesthesie, assistentie, enz. In artikel 1, § 7, van de nomenclatuur wordt immers gesproken van "ingrepen" in het algemeen. Voorts is het juist dat die bepalingen niet zinspelen op de opneming in een ziekenhuis. De daarmee gemoeide kosten dienen te worden beschouwd als bijkomende kosten die evenmin mogen worden vergoed, krachtens de regel volgens welke de bijzaak de hoofdzaak volgt.

I01_002 Cumulregel SECONDARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 01 - REGEL 02

VRAAG :

Een geneesheer is tegelijkertijd erkend als specialist voor inwendige geneeskunde en voor klinische biologie.

Hoe moeten in dat geval de bepalingen worden toegepast van de artikelen 1, § 6, en 24, § 5, van de nomenclatuur, waarbij de cumulatie van het honorarium voor raadpleging van de specialist voor klinische biologie en het honorarium voor verstrekkingen inzake klinische biologie wordt verboden ?

ANTWOORD

Wegens de dubbele erkenning als geneesheer-specialist moet de verzekering alle verstrekkingen vergoeden die tot elk van die specialismen behoren.

Inzonderheid dient er te worden op gewezen dat de raadpleging van de geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde (102034) mag worden gecumuleerd met technische handelingen inzake klinische biologie voor zover die raadpleging beantwoordt aan de maatstaf die is vastgesteld in de nomenclatuur.

Indien een raadpleging wordt aangerekend, mogen de verstrekkingen inzake klinische biologie worden geattesteerd.

Voorts mag die geneesheer, wanneer hij als bioloog handelt (door andere geneesheren aangevraagde analyses), geen raadpleging attesteren. Alleen de analyses inzake klinische biologie mogen worden geattesteerd.

De voornoemde interpretatieregels zijn van toepassing de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en vervangen de tot op heden gepubliceerde interpretatieregels betreffende artikel 1 (Algemene bepalingen) met name de interpretatieregels gepubliceerd in de rubriek 100 van de interpretatieregels van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.

I03_001 Vergoedingsregel PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 01

VRAAG

Mag de verstrekking 474250-474261 door een arts aangerekend worden voor het voeden van een vroeggeboren kind bij middel van een sonde ?

ANTWOORD

Nee, het toedienen van voeding, vocht of medicatie via sonde mag niet door de verstrekking 474250-474261 aangerekend worden. Het is een verpleegkundige akte.

Het plaatsen van een maagsonde bij een kind jonger dan 7 jaar is daarentegen wel een technische verstrekking uitgevoerd door een arts.

I03_004 Regel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 04

VRAAG :

Maagspoeling

ANTWOORD

In de verstrekking is voorzien onder nr. 112232 - 112243* Maagcatheterisatie K 6.

I03_006 Facturatieregel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 06

VRAAG :

Mag het aanleggen van een verband dat samengaat met een wondhechting die geattesteerd wordt onder de nummers 148013, 148035, 148050, 148072, 148094, 148116, 148131 en 148131 en 148153, voor eigen rekening worden geattesteerd ?

ANTWOORD

Neen. Het verband dat naar aanleiding van een wondhechting wordt aangelegd, mag niet worden geattesteerd : het honorarium dat wordt geattesteerd voor het hechten, omvat het honorarium voor het eventueel verband.

I03_013 PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 13

VRAAG :

Mag het honorarium voor verstrekking 112033 - 112044 Anestheserende inspuiting wegens verstuiking K 4 worden gecumuleerd met het honorarium voor raadpleging, aangezien in artikel 1, § 6, is bepaald : "Het honorarium ... voor anesthesie ... mag nooit met het honorarium voor raadpleging in de spreekkamer van de geneesheer of voor bezoek bij de zieke thuis worden gecumuleerd".

ANTWOORD

Met het woord "anesthesie" worden uitsluitend de verstrekkingen van hoofdstuk V, afdeling 3, van de nomenclatuur beoogd. Derhalve mogen het honorarium voor verstrekking 112033 - 112044 en het honorarium voor raadpleging in de spreekkamer van de geneesheer of voor bezoek bij de zieke thuis worden gecumuleerd.

I03_015 PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 15

VRAAG :

Mogen de verstrekkingen 149170 - 149181 * Medisch toezicht op de transfusie van bloed, geconcentreerde rode bloedlichaampjes of bloedplaatjes voor een andere dan post-traumatische, post-heelkundige of post-hemorragische indicatie K 25 en 474655 - 474666 ** Medisch toezicht op bloed- of plasmatransfusie bij een kind jonger dan zeven jaar K 25 meer dan éénmaal worden geattesteerd per periode van vierentwintig uur ?

ANTWOORD

Aangezien in de omchrijving is bepaald dat het om een medisch toezicht op een transfusie gaat, mogen de verstrekkingen 149170 - 149181 * K 25 en 474655 - 474666 ** K 25 slechts éénmaal per periode van 24 uur worden geattesteerd, ongeacht het aantal toedieningswegen en het aantal toegediende eenheden.

Die verstrekkingen mogen onderling niet worden gecumuleerd.

I03_016 Facturatieregel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 16

VRAAG

Mag tijdens een zelfde zitting meer dan één verstrekking worden geattesteerd wanneer het gaat om de verstrekkingen:

112313 - 112324 * Scleroserende inspuiting wegens aambeien, per verrichting K 10;

531016 - 531020 Scleroserende inspuiting wegens angiomen K 6 ?

ANTWOORD

Verstrekking 112313 - 112324 * Scleroserende inspuiting wegens aambeien, per verrichting K 10 mag slechts eenmaal per zitting worden geattesteerd, ongeacht het aantal inspuitingen en behandelde letsels.

Verstrekking 531016 - 531020 Scleroserende inspuiting wegens angiomen K 6 mag slechts eenmaal per zitting worden geattesteerd, ongeacht het aantal inspuitingen en behandelde angiomen.

I03_018 Regel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 18

VRAAG

Hoe moet de operatieve handeling die is opgenomen onder het codenummer 244635 - 244646 Uitsnijden van een aarsabces, onder algemene anesthesie N 75 worden begrepen ? Hoe moet die omschrijving, vergeleken met het codenummer 112276 - 112280 Insnijden van aarsabces K 6 worden begrepen ?

Mag het codenummer 145574 - 145585 Insnijden van oppervlakkige phlegmone of van anthrax K 10 worden toegepast op de anale streek ?

ANTWOORD

Als in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen een specifiek nummer is opgenomen, moet dat nummer worden geattesteerd.

De verstrekking 112276 - 112280 Insnijden van aarsabces K 6 beoogt het draineren van een onderhuids abces, via een eenvoudige insnijding en onder plaatselijke of regionale anesthesie.

De verstrekking 244635 - 244646 Uitsnijden van een aarsabces, onder algemene anesthesie N 75 daarentegen heeft betrekking op de complexe behandeling van een inflammatoir letsel, die een algemene anesthesie vergt en bestaat in een resectie van de necrotische of fibreuze weefsels en eventueel van de abceswand.

I03_019 Regel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 19

VRAAG :

Wat moet worden verstaan onder de woorden : "post-traumatische, post-heelkundige of post-hemorragische" in de omschrijving van verstrekking 149170 - 149181 * Medisch toezicht op de transfusie van bloed, geconcentreerde rode bloedlichaampjes of bloedplaatjes voor een andere dan post-traumatische, post-heelkundige of post-hemorragische indicatie K 25 ?

ANTWOORD

Het begrip "voor een andere dan post-traumatische, post-heelkundige of post-hemorragische indicatie" laat de vergoeding van de verstrekking 149170 - 149181 * K 25 alleen toe in situaties die geen verband houden met een trauma, een heelkundige ingreep of een hemorragie.

De verstrekking 149170 - 149181 * K 25 mag derhalve niet worden geattesteerd wanneer er een rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen het trauma, de heelkundige ingreep of de hemorragie eensdeels, en de transfusie anderdeels.

I03_020 Regel - divers PRIMARY

INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 03 - REGEL 20

VRAAG :

Wat beoogt juist de verstrekking 145530 - 145541 Wegnemen van ingegroeide nagel K 20?

ANTWOORD

De verstrekking 145530 - 145541 Wegnemen van ingegroeide nagel K 20 beoogt noodzakelijk het wegnemen van op zijn minst de ingegroeide zijde van de nagel, samen met een toilet van de nagelranden, resectie van inflammatoire granulatieweefsels en de bijkomende handelingen bestemd om recidieven te vermijden.

De exeresis van de volledige nagel is dus niet vereist.

Geen attributen.

1985-04-01 → Heden

* Blaascatheterisme met of zonder spoeling